Gepost door: Robert en Jan Willem | december 1, 2008

Nieuwe perspectieven

Kale man met baard. Dikke kale man met baard, bril en een half brood aan kruimels op zijn te grote broek, speelt sudoku, met iPod-oordopjes in. Naast hem zwangere vrouw in een vredige yinyang-stemming, met iPod-oordopjes in. Tegenover hem magere kale man met slecht zittend pak en foeilelijk kikkergroen overhemd en bijpassend grasgroene stropdas, leest de Voetbal International, met iPod-oordopjes in. Zijn buurman met dikke gebreide sjaal tikt driftig op een laptop. Dat ben ik. De zithoek in de trein is vol. De trein is sowieso vol, mensen staan in het gangpad. Maar het is rustig. Rustig boemelend in de intercity van Utrecht naar Enschede. Ieder lijkt zijn best te doen de ander niet aan te kijken of aan te spreken en bouwt onzichtbare muren om zich heen. Ik doe goed mee vind ik zelf. Als een schep suiker in de koffie los ik op in de massa. Dit is weer thuis. Geen Chineze familie die ongevraagd en spontaan over mijn behaarde armen of benen begint te aaien, alsof ik rechtstreeks van Mars hun trein ben ingestraald. Geen Oezbeeks treinpersoneel dat mij trakteert op kamelenmelk en uitnodigt om samen met hen te eten en af te sluiten met de gebaren van de islamitische amin. Geen spontaan gesprek met anderen die zich afvragen wat die lange vent met een fiets in de trein moet, waar hij naar toe gaat en of hij hulp kan gebruiken. Nee, ik ben weer terug en reis terug van mijn werk in een Nederlandse trein vol forenzen. Ik pak een van de honderd gratis krantjes die er rond zwerven en lees oppervlakkig het nieuws. Alarm. Sneeuw, glad, gevaar, alarm, nieuw alarm, van wie, waarom weten wij dat niet? Minister Eurlings wil overleg en duidelijkheid. Anders ontstaat verwarring bij de rijdende bevolking. Een smsje. Mijn vriendin smst over Sinterklaas volgende week: ik sms dat ik nog even moet wennen aan Nederland, schrap dat weer, en zeg dat ik er bij ben. De trein is inmiddels twee stations verder en de plekken zijn nu voor het uitzoeken. Bijna in Enschede waar de kachel staat te loeien in mijn appartement. Mijn eigen nazorgtraject is ingevuld met de 3W´s (oneerbiedig, maar zo heb ik het geleerd: werk, woning, wijf:) en het voelt goed: nieuwe perspectieven…heerlijk welvarend landje, heerlijk polder landje, heerlijk gezellig landje. Ik ben bijna weer terug!

Gepost door: Robert en Jan Willem | augustus 17, 2008

VET!

  
Zondag 10 augustus mochten Jurjen en ik de cheque voor RightToPlay overhandigen aan Johan Olav Koss en atletenambassadeur Trinko Keen (Nederlands tafeltennisser), die met dank aan jullie donaties tot stand is gekomen. In het Holland Heineken House was niets minder dan de VIP lounge ingericht om ons, Bike2Play en GoingDutch te verwelkomen. Met enkele bobo’s en atleten aanwezig was het voor ons allen een geweldige afsluiting van een prachtige reis.
 
Als eersten de eer om een cheque uit te reiken…en vol trots hebben wij aan Koss een bedrag overhandigd van 4.300 Euro! Fantastisch, wat een bedrag! Koss heeft ons en jullie daarvoor bedankt en maakte duidelijk dat dit bedrag wordt gebruikt voor het opzetten van een project in China in het gebied van de aardbeving. Dit project start direct na de Olympische Spelen en komt natuurlijk ten goede aan de kinderen in dit getroffen gebied.
 
Nogmaals, het was geweldig en heel bijzonder om met jullie hulp dit fantastische bedrag te mogen overhandigen, hier in Peking tijdens de Olympische Spelen. ONMEUNIG BEDANKT!!
Gepost door: Robert en Jan Willem | augustus 17, 2008

Being Beijing!

              

              

           

          

Een mooie slogan van de olympische organisatie, of Prachtig Pronkend Peking waar wij donderdag 7 augustus ’s avonds aankomen en een biertje drinken in het Holland Heineken House! WE ZIJN ER!! Een slopende dag fietsen ligt dan achter ons, 160 kilometer op de laatste dag en nog een pas beklommen van 2400 meter in een verstikkende hitte. In de laatste drie dagen hebben we 420 kilometer weggezet door prachtig, machtig groen berglandschap en een aantal keer ‘ondersteboven op de fiets gezeten en om onze moeder geroepen’, zoals Ducrot zou zeggen. We hebben een ’serieus jasje’ uit gedaan en tanken dezelfde avond een beetje bij en komen daar ook de andere Pekingfietsers tegen, de agenten van Bike2Play. Bij aankomst in Peking wordt snel een koude pichu op de kop getikt en bij de eerste echte grote boulevard wordt de binnenkomst vastgelegd, schieten we foto’s en films, wordt de krant en het thuisfront gebeld en spuiten we rondlopende Chinezen nat met het bier dat we losknallen…WE ZIJN ER ECHT! Wat een takke-eind, allebei een grens over vandaag, Jur over de 2.000 kilometer en ik meer dan 10.000 kilometer op de fiets, wat een avonturen, ervaringen en indrukken…het was het allemaal waard! Een droom die is uitgekomen…een wereldse reis en een periode om nooit te vergeten!
 
Peking overrompelt bij het binnenrijden…zo immens groot, druk, bruisend en totaal in het teken van de Olympische Spelen…we besluiten een hotel te zoeken in de buurt van het HHH. Om daar te komen blijkt dat we nog 40 kilometer moeten fietsen! Onderweg fietsen we door ‘Beijing at night’ en passeren het Tian’anmen Square en de Verboden Stad, laten we ons op de foto zetten met enthousiaste Chinezen, kijken onze ogen uit naar de hoge wolkenkrabbers (in aanbouw) die rondom ons opduiken als grote reuzen in de nacht en genieten langzaam rijdend van de binnenkomst. Dan…een groot en fel oranje verlicht gebouw met ronddraaiende lichtbundels die de hemel indraaien…het Holland Heineken House!   
 
We duiken het HHH in om 11 uur ’s avonds en komen er zes avonden achter elkaar ook niet meer uit…we dompelen ons onder in de feestvreugde, fantastische huldigingen, broodjes kroket, patat mayo en biertjes (de kiloos vliegen er weer aan; terwijl de eindstand afvallen 9 kilo is!) en wedstrijden kijken. Gisteravond hebben we dan een avond overgeslagen…die zo belangrijke arbeid-rustverhouding moet je in acht nemen. In plaats daarvan hebben we genoten van twee wedstrijden voetbal in het Workers Stadium en Argentinie zien schitteren…dat wordt nog een leuke pot voor Foppe en zijn jongens. Vandaag, donderdag 14 augustus, staan hockeywedstrijden op het programma en morgen gaan we judo kijken. Het is geweldig om nog kaarten te kunnen kopen en in stadions te genieten van de olympische sfeer en de sportprestaties.   
 
Verder hebben we de afgelopen week het overdag rustig aangedaan. Ik heb elke werkdag een bezoek gebracht aan een ambassade om mijn laatste drie visa te regelen voor de terugreis per trein…Mongolie, Rusland zijn binnen en morgen opnieuw naar Wit-Rusland. Daarnaast hebben we ook het vervoer van onze fietsen geregeld…de autorijders van Going Dutch zijn zo vriendelijk om onze fietsen in een bus te zetten en mee te laten verschepen naar Nederland, geweldig van ze. Maar ook een ontroerend moment…de fiets uit handen laten gaan. Na een week ’stil’ zitten, kriebelt het bij ons beiden ook. We missen het onderweg zijn, wel je vaste routines, maar de continue verandering van je omgeving, de avonturen, ontmoetingen, niet weten waar je ’s avonds slaapt, het actief bezig zijn in de buitenlucht de hele dag…heerlijk.
 
Gelukkig biedt Peking nu natuurlijk een fantastische afleiding met de Olympische Spelen, wat een indrukwekkend evenement. De internationale en olympische sfeer is te proeven in ons hostel waar alle talen van de wereld worden gesproken en waar je in de gang bronzen medaillewinnaar Ruben Houkes tegen het lijf loopt…op de schone straten waar het wemelt van touristen en sporters, duizenden vrijwilligers en beveilingingsdiensten…waar je overal vlaggen en banners ziet hangen…waar alleen nog maar supermoderne stadsbussen en splinternieuwe taxis rondrijden…in de MacDonalds waar we ‘olympische’ prijzen bij elkaar eten…de splinternieuwe indrukwekkende stadions…de Chinezen doen overduidelijk hun uiterste best om hun gasten het naar hun zin te maken en er een onvergetelijk evenement van te maken. Vriendelijk en behulpzaam in alles. Het is een voorrecht om hier nu te mogen zijn.   
 
Iedereen bedankt voor het lezen en achterlaten van reacties…dat is geweldig geweest om te merken onderweg en heeft de reis extra mooi gemaakt…de gedachte dat mensen je thuis steunen, volgen en genieten van de reis is bijzonder en stimulerend…BEDANKT!
 
 
 
Gepost door: Robert en Jan Willem | augustus 4, 2008

YEAH!!

“E-le-va-tion!!! Woehoeh!!!!” blaast U2 door mijn oordopjes. Ik stuif over de Chinese wegen met oogkleppen op richting Datong en schreeuw het mee. In het opzwepende tempo voel ik me als Armstrong en draai het ‘grote mes’ rond als een koffiemolentje door het groene, heuvelachtige landschap. Ik voel me afgetraind, licht en ijzersterk. Adrenaline. Ik heb er genoeg van nu. Het giert door mijn lijf en 80 kilometer leg ik met 27 kilometer gemiddeld af…en nog is het onrustig.  
 
Vandaag, zondag drie augustus, dringt ineens keihard het besef door dat ik nog maar drie dagen op de fiets zit. Meer dan een half jaar fietsen zit er dan op. Tienduizend kilometers bij aankomst in Peking. Het vertrek in het Van Heekpark lijkt eeuwen terug, maar staat me nog helder voor de geest. En de reis leek toen nog zo lang…maar zit er bijna op! Een geweldige periode vol nieuwe ontmoetingen, indrukken, ervaringen en afstand voor reflectie ligt dan achter me. Weemoed! Over een maand ben ik weer in Nederland en kan en mag ik weer aan de slag op alle fronten. Hoe nu zo verder in de liefde, het werk, wonen…het leven?! Kriebels! Van dat besef word ik onrustig en nu Jurjen vandaag met de bus moet vanwege maag- en darmproblemen, probeer ik alle energie er uit te knallen…nu kan het nog! Ik ben bijna bang dat sterke gevoel straks snel kwijt te zijn na een paar weken lallende vakantie in het Holland Heineken House en MacDonald’s. De verleidingen liggen weer op de loer.
 
Morgen hebben we echter eerst nog een welverdiende rustdag. De afgelopen elf dagen hebben we continue gefietst, bijna 1000 kilometer afgelegd door spectaculair veranderend landschap, boeiende natuur en voornamelijk ‘”Het is weer blafheet!” weer. Van het fietsen in de droge en dorre woestijn met licht glooiend parcours, kilometers langs de Gele Rivier (die overigens chocoladebruin is), naar een groen gebied vol hoge, terrasvormige molshopen, die ons veel pijn doen en vandaag vlakt dit terrein af naar een meer licht heuvelachtig landschap. Het fietsen gaat ons ook goed af. “Kijk, een hop!”, wijst Midas naast me aan. Als zoon van een bioloog kan het niet anders, dat Jur ook een liefde voor de natuur heeft ontwikkeld en zo zie ik ineens een specht, een bidsprinkhaan, een hamster (die ik vervolgens doop als woestijnhamster, net als een woestijnvogel, woestijnbever, woestijnkonijn en de woestijngeit) en een mus (de zeldzame Chinese woestijnmus). We kijken zoveel om ons heen dat we de 109 kwijtraken…niet echt trouwens, hij is gewoon ineens echt weg. En de vriendelijke Chinezen wijzen ons alle kanten op. En wij fietsen alle kanten op. ’s Avonds staan we weer waar we ’s middags vertrokken. Als een stel konijnen dat in de koplampen van de tegemoetkomende auto kijkt, staan we in de druilerige regen besluiteloos om ons heen te kijken. “Wat een klotezooi! Hoe kan dat nou?!” We nemen een goed besluit, fietsen niet verder en overnachten in een hotel. Maar de volgende ochtend speelt zich wederom hetzelfde toneelstuk af en raken we verzeild op een hopeloze modderweg, in de regen die ons teistert en stranden we in een gehucht midden in de prachtige bergen…verloren. Wat blijkt? Het is nog de goede weg ook! We hebben nog meer geluk. In dit gat kunnen we overnachten in een echte grotwoning. De typische woning waar nog steeds miljoenen Chinezen in wonen. De volgende morgen gaan we onder veel belangstelling weer vol goede moed op pad. Maar we spelen wederom hetzelfde toneelstuk en de radeloosheid neemt toe…hoe komen we die bergen uit en nog op tijd in Peking?! Bovendien spelen de maagproblemen bij Jur hem steeds meer parten. Als we na vijf uur fietsen weer bij ons vertrekpunt zijn, slagen we er in om een busje te regelen dat ons na drie uur rijden weer op het goede pad brengt, namelijk een smakelijke asfaltweg in de ’beschaafde’ wereld. Er is nog niets verloren…Peking ligt nog binnen handbereik. We gaan het halen!
Gepost door: Robert en Jan Willem | juli 25, 2008

Het Chinese buikgevoel

Je ziet hem vaak in het openbaar, het publieke domein. In het wild. Waarschijnlijk net tegoed gedaan een goede maaltijd of ten teken dat er juist wat genuttigd moet worden. Rond, vaak bol, kaal en ontbloot…de Chinese man laat regelmatig zijn buik even zien door met een opgetrokken t-shirt of overhemd over straat te paraderen, ondertussen met zijn hand de buik te masseren, in de andere hand de onvermijdelijke sigaret. Of wat ook kan, in de zo typische gehurkte zit, waarbij een rochel en flinke klodder het plaatje afmaken.

Wat is dat toch, die Chinese buik? Zonder meteen de verklaring te weten, vallen (nog steeds) in China ook andere zaken op in het dagelijkse leven. Bijvoorbeeld de 3S’en: spugen, slurpen, staren. Het gerochel en spugen in een internetcafe vol gamende jongeren is niet ongewoon, even een fluim op de grond en verder in Level3, “Kill’em all!!”. ’s Avonds eten we, met Jurjens meegebrachte geweldige Nederlands-Chinese menulijst, de heerlijkste gerechten..rundvlees met ui en groente op een heet ijzeren plaat, gefrituurd varkensvlees in zoetzure saus…met een heerlijk “pinda pichu” (koud biertje) zijn we weer helemaal boven Jan…net als Jurjen zijn holle kies bijna heeft gevuld met een stuk varken (“Waar rijst zit, zit geen vlees!”), wordt hij bruut onderbroken in zijn eetritme, onze buurman werkt met een voor ons heerlijke onsmakelijke lange haal zijn noodles en soep luidruchtig naar binnen. Op een ander moment pauzeren we tijdens het fietsen ergens onder een brug en snijden de aan ons gegeven meloen aan als verfrissend tussendoortje…bovenin de brug zat een straatveger verstopt, die even van zijn dodelijk saaie baan om de snelweg te vegen was ontsnapt, en hij gaat zonder wat te zeggen, pal voor ons zitten op een meter afstand. Gehurkt natuurlijk. Starend. Als we hem een stuk meloen aanbieden, slaat hij het beleefd af. Daarentegen wil hij graag even aan de been- en armharen van Jurjen voelen en dat doet hij dan ook ongevraagd meteen even. Jurjen krijgt een paar flinke complimenten over die beharing en Jan Willem druipt met zijn blonde haren en inhammen weer af richting de fiets. Maar Jurjen herinnert zich op dat moment een dergelijke ontmoeting op z’n 2e dag in Dunhuang waarbij het onschuldige aaien over het haar snel omsloeg naar een ferme graai in de edele delen en maakt dat hij achter Jan Willem aanstormt. Onderbuikgevoel.

Van het Chinese buikgevoel is het natuurlijk een kleine stap naar onze buiken. Tussen ons zit 8000 kilometer fietsen verschil en daarmee is in ieder geval een bierbuikje weg. Zeven juli komt Jurjen aan op het vliegveld in Dunhuang en Jan Willem is met de trein 1000 km ‘terug’ gereisd vanuit Wuwei. “Welkom in China ouwe, fijn dat je je buik ook hebt meegenomen!” -  “Jezus, van jou is ook niks meer over!” en met die woorden pakken we onze eerste biertjes in Dunhuang. Voor de een aftellen, voor de ander aftrappen. Voor ons beide een nieuwe reis. In de eerste week doen we ons tegoed aan prachtige bezienswaardigheden en ervaringen op de Zijderoute: een kamelenrit door en overnachting in de zandduinen (300 meter hoog!!) bij Dunhuang, een bezoek aan de Mogao grotten (Boedhistische kunst en geschriften) aldaar en we lopen op het meest westelijke puntje van de Grote Muur en voelen ons heersers in het fort Jiayuguan wat daar heel strategisch gelegen is in de Hexi Corridor. Heel wat Kodak-momentjes, genieten geblazen!

En dan begint het toch te kriebelen. Het stalen ros staat te trappelen om die laatste 2000 kilometer naar Peking er door te knallen! Onze kuiten jeuken, armen ingesmeerd met zonnebrand, de buff en de pet op, zonnebril op standje sterk en vanuit Wuwei beginnen we! Jur krijgt het meteen voor de kiezen, want we klimmen. En niet een beetje. De eerste 100 (echt!) kilometer gaan omhoog naar een pas van uiteindelijk 3200 meter. Gelukkig is het mooi weer, het is droog, de zon schijnt…en het is “Blafheet!”, zoals een vrolijke Hollander zei. De thermometer blijft deze weken regelmatig de 40 graden aantikken en de flesjes koude Ice-tea zijn onderweg dan ook niet aan te slepen. We slaan ons er, mogen we zeggen, goed doorheen en na acht fietsdagen hebben 800 kilometer gefietst. Een goed gemiddelde gezien de omstandigheden.En dan hebben we er ook nog een rustdag in miloenenstad Lanzhou tussen gewurmd. Daar bezoeken we wederom een prachtige locatie (Bingli Si) met Boedhistische grotten en standbeelden en worden we ’s avonds door Su (Chineze man die Jan Willem in de trein is tegengekomen) en zijn zoontje Jack getrakteerd op een uitgebreid diner. “You bike through China. I and my son think you are great men!” Zo, en die steken we even in onze zak! Chineze gastvrijheid en vriendelijkheid zijn net zo bijzonder als de 3S’en. We fietsen verder. Dagenlang in bergachtig landschap eigenlijk tot fietsdag acht en overnachten op een paar mooie plekken in de tent of in een hotel in een stadje. Nu staan we aan de rand van de woestijn in Binnen-Mongolie en hebben we de Gele Rivier al een dag naast ons gehad. Ons kamp nu opgeslagen in Yinchuan met nog slechts 1200 kilometer te gaan! En dat moet lukken…het is vlak(ker), het is woestijn, het is droog, de zon schijnt..en het is BLAFHEET!!

Vanochtend, dinsdag 22 juli, zijn we hier naar het politiebureau gegaan. Wederom voor een paar zenuwslopende momenten, nu voor de tweede verlenging van het visum. En met de deur in huis…YES!!! Jawel, Peking gaat gehaald worden (afkloppen!), de verlenging is weer binnen! Dat gaat gevierd worden.

En zeker in het Holland Heineken House in Peking straks! 10 augustus staat er voor ons en ook de fietsagenten van Bike2Play (www.bike2play.nl) een avond gepland in het HHH om de cheque te overhandigen aan RightToPlay. De laatste weken zijn aangebroken, peur alles uit hoeken en gaten, de portemonnee van de buurman, de lade van de collega en stort dat geld voor kinderen die het recht hebben om te sporten en spelen!!

En houd de veiling in de gaten, heel snel een heel bijzonder veilingproduct!!

Gepost door: Robert en Jan Willem | juli 7, 2008

Voorbij de Grote Muur

                                 

                                   

                                     

                                      

     

Ooit gebouwd om de ‘barbaren van buiten het Chinese Rijk’ tegen te houden, rijd ik nu langs en zelfs dwars door de Grote Muur. Met de verlenging van het visum op zak, kan ik weer verder en verder. Samen met Mark en Carlotta (Italiaanse deelneemster van internationale groep) fiets ik door…altijd maar richting het oosten. De zon op de neus in de ochtend en lange schaduwen voor ons in de namiddag. De mapmeeting met de groep in de ochtend is dan ook niet lang en ingewikkeld…volg de weg richting Peking. Dagen en kilometers vliegen voorbij. Al honderden kilometers fietsen we boven de 1000 meter en na een enkele lange beklimming (20 kilometer) bereiken we af en toe een top van rond de 2000-2500 meter. Een lange aanloop voor weer een ontspannen afdaling. We genieten van veranderend landschap, het lekkere weer dat af en toe doorslaat in een verzengende hitte (40+ graden), bezienswaardigheden en vooral, vooral de ontmoetingen onderweg met vriendelijke, behulpzame Chinezen en andere reizigers.    

We bezoeken in Jiayuguan de uiterste westelijke punt van de Grote Muur en het daargelegen fort. Het is een indrukwekkende bezienswaardigheid door haar geschiedenis, architectuur en vooral strategische ligging op de meest smalle doorgang van de Hexi Corridor en met machtige bergen rondom. De Chinezen zelf, althans de autoriteiten, zijn er ook trots op. Met onvervalste propaganda in het museum wordt verslag gedaan van de geschiedenis en ontwikkeling van dit briljante bouwwerk en hoe zij haar doel heeft gediend. Onvermeld wordt gelaten dat het voor bijvoorbeeld de Mongolen niet echt moeilijk was om over deze modderhoop te gaan, China te veroveren en een eeuw te overheersen. Nu prijkt de Grote Muur inmiddels ook op mijn visum in het paspoort…ironie of niet?  

Het wordt drukker op de weg naar Peking. Een grote groep Fransen (100 fietsers!) is haar militair georganiseerde onderneming aan het uitvoeren, Duitsers (20) zijn vlak in de buurt en ook Chinezen (20) zelf fietsen naar Peking vanuit westelijk China. Denk je orgineel bezig te zijn zeg…nee dan Chris (www.thelongestway.com). Een Duitser die twee jaar in Peking heeft gestudeerd en nu bezig is om terug te LOPEN naar de ‘Heimat’, “Das ist richtig Toll!”.   

In Zhangye heb ik mijn eerste aanraking in China met het Taoisme. Naast het Boeddhisme en Confucionisme een van de drie pijlers van de Chinese cultuur. Voordat we onze etappe van die dag beginnen, gaan we nog ’snel’ langs het Taoistisch klooster dat op onze route ligt. Vlug stappen we af. Onze camera’s al in de aanslag, klaar om te schieten. En dan…betreden we een plek van intense rust, harmonie en vrede. Wierook bedwelmt ons, Yin en Yang omarmen ons en de monniken hypnotiseren ons met hun gezang en muziek. De oudste monnik wijst ons zwijgzaam, maar met een vriendelijke glimlach de Weg. De weg naar een offertafel voor een standbeeld van (een of andere) God. Hij ontdoet de vruchten van denkbeeldige kwade geesten, spreekt een gebed uit en overhandigt elk van ons een perzik. Het is ontroerend en raakt ons allemaal. Als ik dit opschrijf, klinkt het te melodramatisch voor woorden. Als ik me voorstel hoe iemand dit in Nederland maandagmorgen met een bakje koffie op het werk leest, kan ik me voorstellen dat ‘ie over de vloer rolt van het lachen. En toch…en toch, het raakt je.  

Vanochtend heb ik dan een voorlopig afscheid genomen van Mark en de rest van de groep. Hopelijk zie ik ze in Peking weer, als de tweede verlenging straks goed gaat. Vanavond pak ik de trein vanuit Wuwei en ga, geheel tegen mijn sterk ontwikkelde oostelijk richtingsgevoel in, 1000 km terug naar Dunhuang. Morgenavond pik ik Jurjen van het vliegveld en reizen we samen verder. Super! 

PS: Oh ja,

- voor 1 euro geslapen in een ‘rattenhol’, voor 16 euro in een superdeluxe vijfsterren hotel!

- voor niks geslapen in de woestijn onder een schitterende sterrenhemel op 1200 meter hoogte, zonder lichtruis, met een volle buik van twee pakken noodles gemaakt op de gasbrander…kamperen is heerlijk!

- de Chinees kent geen pricacy, ook niet op het toilet, lekker oog-in-oog even een ’sateetje’ draaien

- sate kennen ze hier niet, waarom in godsnaam niet, het is zo lekker!

- ze hebben hier overigens ook heerlijk eten, als je weet hoe te bestellen…dat is het probleem, lastig!  

- ’s ochtends al enorm pittige salade en droge broodjes bapao (zonder vlees) en rijstwater zijn niet mijn favoriete ontbijt

- voor de Nederlander: in elk restaurant is de thee gratis, geweldig!

- een ijsje op straat: 0,15 eurocent!

- de Internetcafes zitten vol ‘gamende’ jonge, rokende Chinezen

- het rochelen doen ‘ze’ echt en is echt ranzig (in mijn ogen)…naast je in het Internetcafe op de grond bijvoorbeeld

- door verschroeiende zon al toe aan mijn derde ’vel’ deze reis, zonnebrand helpt niet altijd goed genoeg…of moet ik misschien niet om 12 uur ’s middags doorfietsen?

- van alles is een kopie: Coca-Cola, Pepsi, Kentucky Fried Chicken…en Heineken! Smaakt niet slecht trouwens.

Gepost door: Robert en Jan Willem | juli 7, 2008

BINNEN!

Het zweet druppelt langzaam van mijn rug de bilnaad in en vormt een plasje door de samengeknepen billen…ik zit met grote, grote spanning op een stoel te wachten op een generaal pardon van het lokale Immigratiebureau in Jiucuan.

“Waar heb je geslapen? Waar kom je vandaan? Waar ga je naar toe? In welk hotel verblijf je, met wie? Waar zijn de anderen? Wat doen ze nu? Heb je in de groep een Chinese gids? Wat is je route?”

En meer van die vragen. Ze worden geroutineerd, maar vriendelijk gesteld door de gebrekkig Engels sprekende agent en ik beantwoord ze met eenzelfde beleefdheid en bescheidenheid. Gewapend met aanbevelingsbrieven van de internationale groep, Johan Olav Koss en andere documenten, ben ik het kantoor binnengelopen. Nu buigen drie agenten zich over mijn verlengingsverzoek voor 60 dagen van het visum. Als ik het niet krijg, moet ik als een dolle naar Mongolie afreizen.

“I have bad news.”

Oh oh…beelden van verlaten Mongoolse steppes en ik op mijn fiets, ver van Peking, schieten door mijn hoofd. Ik kan mijn billen niet nog harder aanspannen.

“You don’t get 60 days extension.

Aah, volgens mij kan ik nu een sprintje trekken naar het busstation om in een ruk naar het ‘barbaarse rijk achter de Grote Muur’ af te reizen.

“Maximum is 30 days extension. You can pick up your passport at 11.30 hour. Thank you.”

OEF!! Geweldig, ik kan door! Peking blijft haalbaar en inwendig spring ik een gat in de lucht en kus ik alle overheidsdienaren aan de andere kant van de balie. Maar ik blijf uiterlijk kalm en bedank hen vriendelijk, nog een keer proberend of 60 dagen echt niet mogelijk is. Om half twaalf haal ik samen met Mark en Carlotta mijn paspoort op en vertrekken we voor het vervolg van onze fietstocht. 

De dagen op de fiets zijn ineens een stukkie lichter en we maken weer fantastische tochten door de Hexi Corridor. De vallei die ingeklemd door twee bergketens van oudsher van grote strategische waarde is. De Zijde Route liep hier eveneens. Deze vallei, steeds groener, vormt als het ware een overgang van de Taklamakan woestijn, het uiterste ‘barbaarse’ westen van China en het binnenland van China. En brengt ons weer dichter bij Peking…

Gepost door: Robert en Jan Willem | juni 25, 2008

My Way

“I did it my waaaaaaay!” brullen Mark en ik door de microfoon van de karaokebar, vlakbij ons hotel in Anxi. Dit moet een van de beste vertolkingen ooit zijn geweest van dit fantastische nummer van Sinatra. Onder luid applaus en gejuich van de jonge Chinese dames buigen we dankbaar en geven we de microfoons weer terug. Onze beurt zit er, succesvol mogen we zeggen, weer op en we ruilen de microfoons voor een biertje. De dames gaan verder met onverstaanbare liedjes, de een valser dan de ander, maar het plezier is er niet minder om. Als dit niet bijdraagt aan het echte China-gevoel, dan weet ik het niet meer.

Eerder op de avond hebben we lekker gegeten in een restaurant, inmiddels is onze uitspraak voor rijst (mi fang) goed genoeg om dat op tafel te krijgen, maar een schaal babi pangang, sate of een lekkere loempia zit er nog niet in. Koude stukken rundvlees en een grote kom cashewnoten zijn iets anders dan wij in gedachten hadden. Dat gaat dus terug naar de keuken en met wat tips van Mark voor de kok komt het vijf minuten later dampend en gegarneerd met verschillende groenten weer terug. Heerlijk! De netjes geklede serveersters maken stiekem wat foto’s van ons en dat kunnen we niet zomaar voorbij laten gaan…ook wij pakken de telelens er bij en schieten een paar kiekjes. Met een heerlijk biertje en MET stokjes wordt een pittig, maar lekker maaltje naar binnen gewerkt. China ligt ons steeds beter!

We zijn inmiddels een week samen aan het fietsen en hebben sinds ons vertrek uit Turpan een slordige 600 kilometer weggewerkt door de een na grootste woestijn ter wereld, de Taklamakan woestijn. De laghman, kebab, moskeeen en medressas, van Turkse afkomst uitziende gezichten (Oeigoer bevolking) zien we nu steeds minder op straat, of woestijn, en daarvoor komen de rijst, hele kip, stokjes, fietspaden in de grotere steden, vele fietsers en de (Han-)Chinees in de plaats. Langzaam maar zeker begint nu het gevoel te komen dat ik echt in China ben. En ook hier is ondanks de enorme taalbarriere, vriendelijkheid troef op en langs de weg. We krijgen lunch bij een kampement van wegwerkers, die midden in de woestijn een nieuwe snelweg aanleggen; voor ontbijt een meloen van een familie of wat water en koekjes van een passerende auto. Ook menig vrachtwagenchauffeur maalt er niet om als we wat kilometers aan zijn truck hangen om de saaiheid te verdrijven of uit pure noodzaak nog enigszins vooruit te komen tegen een verschrikkelijk harde tegenwind (anders 4 km/u). Die wind blaast me nog een keer van de weg, maar met wat schrammen kan ik gelukkig doorfietsen. Ook het kamperen in de woestijn is weer eens wat anders. ’s Ochtends word je wakker en zit door de zandstorm werkelijk overal zand tussen.

Vandaag (woensdag 25 juni) zit ik in Dunhuang waar ik over een dag of tien Jurjen ook hoop te treffen. Voor ons beide is het nog even spannend wat betreft visa gedoe en vlucht. Als het lukt, kunnen we ons hier uitleven met een boeiende kamelentrip in de woestijn, Boedhistische grotten en dan toch echt weer verder op de fiets. Kiek’n wat t wordt!

PS: nee, niet teveel over Oranje…wat was dat een teleurstelling om half vijf ’s nachts, nadat we ons met een recordafstand op de fiets van 226 kilometer helemaal uit de naad hadden gewerkt om een hotel met tv te bereiken..JAMMERRRR. 

Gepost door: Robert en Jan Willem | juni 16, 2008

De kameleon

Soms voel ik me als een kameleon. Continue verander ik van gedaante en pas ik me aan aan mijn omgeving. De ene week als een wereldfietser, alleen rondtrekkend en genieten op mijn fiets door de wereld, overnachtend in mijn tent. De andere week relaxed als een backpacker, reizend per bus of trein van stad naar stad, overnachtend in hostels en boeiende trips makend met andere backpackers. 

Na een paar dagen buffelen door de bergen en het passeren van de grens Kyrgizie-China kom ik zaterdagavond 7 juni in Kashgar aan. Net op tijd voor de beroemde zondagsmarkt. Ik berg de fiets, tent, slaapzak en brander weer even op en neem mijn intrek in een tweepersoonskamer in een hotel. ’s Avonds zit ik in John’s Cafe aan een biertje samen met drie andere reizigers: Dany (Engelsman, 38), Peter (Belg, 44) en Marije (Nederlandse, 39). Ik blijf uiteindelijk langer dan ik had gedacht in Kashgar en breng een boeiende en gezellige week door met deze drie en andere backpackers. Als ik ’s avonds ga slapen, word ik voor de remslaap invalt nog net gewekt door geklop…een dame van plezier die haar diensten in het hotel aanbiedt, vraagt of ik een massage wil, of iets anders. Nogal verontwaardigd druipt ze weer af als ik beleefd weiger.

We kijken onze ogen uit op de zondagmarkt, waar je voor 100 euro een schaap koopt en je met een kameel wegloopt als je 500 euro achterlaat. Verder veel gereedschap, huis-, tuin- en keukenrotzooi, groente en fruit en wat al niet meer. Een kleurrijk, chaotisch spektakel waar je je eigenlijk nog steeds midden in Centraal-Azie waant. En niet geheel ten onrechte. In dit deel van China, Xinjiang, is een groot deel van de bevolking, maar niet meer het grootste, een Turkse etnische minderheid. De Uygur bevolking zijn een afsplitsing van de Turken, net als bijvoorbeeld de Uzbeken. Op straat in Kashgar vind je dan ook nog steeds kebab, laghman, traditionele hoeden, veel gesluierde vrouwen en de grootste moskee van China. Niet ver daar vandaan hebben de (Han-) Chinezen het grootste standbeeld van Mao Zedong in China geplaatst, als duidelijk teken wie hier de baas is. Beide bevolkingsgroepen zijn niet bijster van elkaar gecharmeerd. De zondag wordt verder ingevuld met rondstruinen naar een veilingproduct en de hitte wegdrinken met een biertje bij John’s.

De woestijn is een themapark, Desert Disneyland. Zoiets. Van de hoofdweg draai je onder een Chinese boog door en betaal je 30 Yuan (3 euro) om de zandbak te mogen zien. Hoe bizar kan het zijn? Maar we zijn met negen (!!) vrolijke backpackers en we werken onze weg naar het kunstmatige meer dat hier als een oase ligt in de woestijn. Omringd door terrasjes, jeep- en kamelenverhuur en ware sleetjes-downhill van een zandduin. Het is vooral bloedheet en persoonlijk word ik nogmaals bevestigd in mijn overtuiging dat ik de woestijn niet voor niks links heb laten liggen. Maar het is gezellig met een grote groep, dat maak je niet zo vaak mee.

Gelukkig zijn er dan nog altijd de bergen. Hoewel geheel uit de richting van Peking, lonkt de Karokaram Highway voor een korte tocht van twee dagen. In goed gezelschap van Dany, Peter en Marije huren we een taxi en vergapen we ons aan uitzichten op indrukwekkende bergen tot wel 7700 meter, bergmeren, vlaktes, rondlopende kamelen en yaks…een volgende tocht vormt zich al weer in mijn gedachten. We overnachten aan de rand van het Chinese rijk in Taskurgan (grenspost voor niemandsland tot Pakistan) en rijden woensdags weer terug naar Kashgar. John’s Cafe wacht op ons.

Inmiddels is het vrijdag, heb ik de stad nog iets verder bekeken en ook een ticket gekocht voor mijn langste busrit (21 uur, 1400 kilometer). Van Kashgar naar Turpan, waar ik zondag 15 juni bij de internationale groep fietsers, inclusief Mark, ga aansluiten. Dan wacht een stuk fietsen, Turpan-Dunhuang (~700 kilometer), wat in de vroege tijden van de Zijde Route bekend stond en gevreesd werd als het meest wrede en hardvochtige stuk van de hele route door Azie: weinig water, woestijn en de grootste hitte in heel China in de zomer. Een uitdaging:)

Maar eerst vanavond, in de hotelkamer, Nederland-Frankrijk: 2-1!

Gepost door: Robert en Jan Willem | juni 13, 2008

Nia Hao

Het werd snel donker, ook al was het pas vier ’s middags. Over de bergen rolden zwarte regenwolken over elkaar heen de vallei in. In het toch al ruige berglandschap in het uiterste westen van China creeerde de natuur in sneltreinvaart een dreigende scene die apocalyptische vormen aannam. Verscholen in een klein bos lag een militaire kazerne, niet te zien voor de figuur die van ver steeds dichterbij kwam. Hij leek in een haast te zijn, bang voor wat hem op de hielen zat. Militairen renden over het de patio van de kazerne om al het materieel snel naar binnen te brengen. De poortwachter trok zijn poncho vast aan en ging weer als versteend in de houding staan.  

Het kleine bos kwam dichterbij. Hoop lag daar onder de bomen, maar de opeens zichtbare wachttorens boezemden tegelijk ook angst in, onterecht of niet, voor de zonderling op de fiets. Hier was hij nog nooit geweest. Een paar uur eerder was hij zonder problemen de grens gepasseerd vanuit Kyrgizie. Een efficiente en strak georganiseerde overgang met zelfs een bagagecontrole. Niets gevonden. Een scherp contrast met de inefficiente chaos aan de Kyrgizische zijde. Eveneens was de overgang groot van tientallen kilometers slecht wegdek vol kuilen, stenen en hobbels naar smetteloos, glad gestreken asfalt. Een verademing voor de liefhebber op de fiets.  

Enkele druppels waarschuwden de fietser…maar sneller dan hij kon bevroeden brak de hel los. Met donderend kabaal en lichtflitsen brak een enorme stortbui los. Alle twijfels en bedenkingen meteen wegspoelend over een eventueel Rood Gevaar. Hagel en een woeste wind snelden hem voort naar de ingang van de militaire kazerne. De bedoeling van het dak dat hij met zijn armen boven zijn hoofd vormde, werd de Chinese poortwachter meteen duidelijk. Al schreeuwend vroeg hij richting de binnenplaats ongetwijfeld of deze man kon worden binnengelaten. Enkele ogenblikken later zat de wereldfietser droog en tevree met een kop Chinese thee tegenover twee Chinese legerofficieren in de messe. Soldaten hadden zijn fiets inmiddels op een droge plek gestald. Nieuwsgierig vroegen de leidinggevenden naar zijn komst en bestemming, althans dat dacht de fietser. Met de wereldkaart bij de hand en met gebarentaal werd snel duidelijk gemaakt dat Enschede – Peking de route was…de Olympische Spelen de eindbestemming. Namen werden uitgewisseld en tevreden gingen de officieren vervolgens met elkaar in gesprek. Buiten nam de storm na een uur weer af. Het weer in de bergen was grillig, bleek maar weer eens. De fietser kon weer op pad. Met wat snoep voor onderweg dat met twee handen en gebogen houding werd aangeboden door de legerofficier, werden de pedalen weer rondgetrapt. Het gevaar bleek tussen de oren weer eens groter dan nodig was. Hij verdween langzaam uit het zicht voor de militairen, stoempend richting de drie bergpassen van 2900 meter, nog twee dagen fietsend tot aan Kashgar.

Oudere Berichten »

Categorieën