Stel je voor, je zit in de trein. De wagon is een open ruimte met ongeveer zestig slaapbedden en allemaal bezet. Veel heen en weer geloop van mensen. Als je naar buiten kijkt, zie je een blauwe hemel en tussen jou en de horizon voorbijsnellende telegraafpalen en verder niets dan een grote bak zand. De trein boemelt met een rustig gangetje verder van Beyneu (Kazachstan) naar Qongirat (Oezbekistan). Als je dan weer voor je kijkt, kijken drie mannen in het uniform van het treinpersoneel je verwachtingsvol aan. Samen zit je op twee slaapbedden. De man tegenover heeft een Mongools uiterlijk, zwarte snor, donkerbruin, spleetogen, platte neus. Zijn buurman een meer Russisch voorkomen en naast je zit met een boerenpet een kerel met een sterk Turks uiterlijk. Toch zijn het allemaal Oezbeken. Het kopje voor je neus is inmiddels door meerdere personen gebruikt en is net opnieuw volgeschonken, nu met een wit goedje. Jij mag de eerste slok nemen…het bruist, prikt als een koolzuurhoudende frisdrank…smaakt wat romig, maar ook zurig…en weg, die eerste slok! Trots zet je het kopje weer neer. Maar het gezicht spreekt boekdelen en de mannen lachen. De chef met het Mongoolse gezicht doet voor hoe het moet met een ander vol kopje en drinkt het in een teug leeg. Weer kijken ze je nu indringend aan…ok dan, even de billen bij elkaar…hop! Ineen tijd die kop achterover! Instemmend knikken de mannen. De buurman maakt met gebaren duidelijk dat het melk van een beest met twee bulten is…heerlijk, voor het eerst in je leven kamelenmelk!
Dan weet je dat je echt een eind op weg bent op je reis. Die trein heb ik kunnen nemen, nadat ik eindelijk, na tien dagen in Baku, een boottocht kon maken over de Kaspische Zee naar Aktau in Kazachstan. Inmiddels zit ik nu in Bukhara (Oezbekistan) en heb ik in acht dagen via boot, trein, fiets en de bus ongeveer 2100 kilometer afgelegd, waarvan pak-m-beet 1600 kilometer woestijn. Overnacht in boot, trein, tent, oud aftands Sovjet hotel zonder stromend water en hostel. Eindelijk weer een week zonder douchen, dat was ook lang geleden. Een anderhalve week boordevol overweldigende indrukken en ervaringen.
Je weet dat Twente nu echt uit het zicht begint te raken,
- Als je je dertigste verjaardag viert in ‘booming’ olie hoofdstad Baku, door samen met je hostelmanager (hostel 1000 Camels) te toasten. Hij als echte moslim een kopje thee, jij een blikje Grolsch dat je ouders met de reisgids voor China hebben opgestuurd!
- Als je voor de bootovertocht tien keer wordt geweigerd…na een afkoopsom mag je alsnog door naar de haven…dacht je…de kapitein maakt stennis over je fiets en die mag uiteindelijk na een soepele overhandiging van nog eens 15 euro ook mee aan boord…
- Als je na een maaltijd waar je voor bent uitgenodigd (onderweg op de Zijderoute op de fiets in de woestijn in een chauffeurscafe; met de buschauffeur vlak voor vertrek; in de trein…), gezamenlijk de amin uitvoert. Een islamitisch gebaar waarbij na een dankwoord voor het eten de open handen het gezicht denkbeeldig wassen.
- Als je ongeveer de helft van de lokale bevolking om je heen de gouden tanden ziet bloot lachen! Een wereld te winnen voor Colgate en tandartsen hier!
- Als je je bijna ongemakkelijk begint te voelen over zoveel gastvrijheid, vriendelijkheid en behulpzaamheid; een onvoorwaardelijke open opstelling naar de gast. Laatste voorbeeld: in Khiva (Oezbekistan) ben ik uiteindelijk zonder geld geraakt (stom! geen pinautomaat in deze uithoek, dollars om te wisselen op). De hostelmanager duwt je 15 Euro in de hand voor de bus en eten onderweg, en zegt: “Je vindt wel een toerist op weg naar Khiva, die je het geld kan geven voor ons. Nu moeten we je helpen.” Vervolgens krijg je nog eens een fles water en een vers brood mee voor onderweg. Wanneer je bedankt, is daar geen sprake van, jij wordt bedankt voor je aanwezigheid en komst. Met het enorm sympathieke gebaar van de hand-op-het-hart en een kleine buiging van het hoofd.
- Als je in de toilet je buurman links, tijdens het gehurkt schijten, rustig zijn sigaretje blijft roken. Rechts staat ongegeneerd een ander zijn Mongoolse klokkenspel te krabben. Je staat in een ongeevenaard ranzig, naar amoniak ruikend toilet waar ruimte is voor iedereen, kom er bij!
- Als je tijdens een andere pauze, de bus uitwandelt en niet kunt vermijden dat je over een tapijt van zonnebloempitten loopt…om je heen een buslading van 50 mannen die gelijktijdig uit boterhamzakjes zonnebloempitten halen, deze als hamsters open bijten en knagen en de schil op de grond spugen.
- Als je bij de grensovergang door de douanier wordt gevraagd of je zijn pen wil hebben in ruil voor de zijne…
- Als je niet over de Hanzeweg, maar eindelijk over de Zijderoute fietst in de woestijn, waar geen tuffels, maar wel zijde en andere producten, religie, wetenschap en cultuur over werden uitgewisseld. In Khiva, een waar open lucht museum van een ooit florerende handelsstad op de Zijderoute, onder andere handel in slaven…kijk je ’s avonds vanaf het balkon (eivan) van je hostel hoe de zon verdwijnt achter de moskeeen, medressas en minaretten van deze oude stad.
- Als je lekker een lagman of samsa naar binnen werkt. Een lagman is een soort krachtige bouillon met pasta, gekookte aardappelen, rundvlees en wat kruiden; samsa is bijna een soort saucijzenbroodje, maar iets rijker gevuld en vers natuurlijk…heerlijk!
- Als je gemiddelde gesprek, als niet-Russisch sprekende, met een niet-Engels sprekende local onderweg, waarschijnlijk ongeveer zo gaat:
local (in Russisch/Kazachs/Oezbeeks): “He, hallo, vreemde eend, wat doe jij hier op je fiets?!|”
JW (net afstappend): “…pfff…da…allo“
local: “Hard gefietst? Je ziet er moe uit!”
JW: “Spasibas (dank je wel), spasibas.”
local: “Waar ga je naar toe, mafketel?”
JW: “Ik kom uit Galanski (Nederland)”
local: “Aaah, Galanski. Maar dat vroeg ik niet…waar ga je naar toe?”
JW (gebarend): “Ik kom uit Nukus vanochtend.”
local, iets harder inmiddels, alsof ik doof ben: “Aaah, Nukus. En waar ga je naar toe?”
JW: “En ik ga naar Khiva, Khiva.” Gebarend: “Is dit de goede kant op?”
local: “Ja hoor, je kunt toch niet rechts of links, welke kant wil je dan op, de woestijn in? Mafketel!”
JW: “Spasibas, spasibas. Ciao!” Dik tevreden over mijn vooruitschietende beheersing van het Russisch, spring ik weer op de pedalen, richting Khiva…
- Als je niet kunt genieten van de Amstel Gold Race of aanwezig kunt zijn bij het feest ter ere van de veertigste huwelijksdag van je oom Herman en tante Annie, alsnog gefeliciteerd!!











