Gepost door: Robert en Jan Willem | juni 13, 2008

Nia Hao

Het werd snel donker, ook al was het pas vier ’s middags. Over de bergen rolden zwarte regenwolken over elkaar heen de vallei in. In het toch al ruige berglandschap in het uiterste westen van China creeerde de natuur in sneltreinvaart een dreigende scene die apocalyptische vormen aannam. Verscholen in een klein bos lag een militaire kazerne, niet te zien voor de figuur die van ver steeds dichterbij kwam. Hij leek in een haast te zijn, bang voor wat hem op de hielen zat. Militairen renden over het de patio van de kazerne om al het materieel snel naar binnen te brengen. De poortwachter trok zijn poncho vast aan en ging weer als versteend in de houding staan.  

Het kleine bos kwam dichterbij. Hoop lag daar onder de bomen, maar de opeens zichtbare wachttorens boezemden tegelijk ook angst in, onterecht of niet, voor de zonderling op de fiets. Hier was hij nog nooit geweest. Een paar uur eerder was hij zonder problemen de grens gepasseerd vanuit Kyrgizie. Een efficiente en strak georganiseerde overgang met zelfs een bagagecontrole. Niets gevonden. Een scherp contrast met de inefficiente chaos aan de Kyrgizische zijde. Eveneens was de overgang groot van tientallen kilometers slecht wegdek vol kuilen, stenen en hobbels naar smetteloos, glad gestreken asfalt. Een verademing voor de liefhebber op de fiets.  

Enkele druppels waarschuwden de fietser…maar sneller dan hij kon bevroeden brak de hel los. Met donderend kabaal en lichtflitsen brak een enorme stortbui los. Alle twijfels en bedenkingen meteen wegspoelend over een eventueel Rood Gevaar. Hagel en een woeste wind snelden hem voort naar de ingang van de militaire kazerne. De bedoeling van het dak dat hij met zijn armen boven zijn hoofd vormde, werd de Chinese poortwachter meteen duidelijk. Al schreeuwend vroeg hij richting de binnenplaats ongetwijfeld of deze man kon worden binnengelaten. Enkele ogenblikken later zat de wereldfietser droog en tevree met een kop Chinese thee tegenover twee Chinese legerofficieren in de messe. Soldaten hadden zijn fiets inmiddels op een droge plek gestald. Nieuwsgierig vroegen de leidinggevenden naar zijn komst en bestemming, althans dat dacht de fietser. Met de wereldkaart bij de hand en met gebarentaal werd snel duidelijk gemaakt dat Enschede – Peking de route was…de Olympische Spelen de eindbestemming. Namen werden uitgewisseld en tevreden gingen de officieren vervolgens met elkaar in gesprek. Buiten nam de storm na een uur weer af. Het weer in de bergen was grillig, bleek maar weer eens. De fietser kon weer op pad. Met wat snoep voor onderweg dat met twee handen en gebogen houding werd aangeboden door de legerofficier, werden de pedalen weer rondgetrapt. Het gevaar bleek tussen de oren weer eens groter dan nodig was. Hij verdween langzaam uit het zicht voor de militairen, stoempend richting de drie bergpassen van 2900 meter, nog twee dagen fietsend tot aan Kashgar.


Categorieën