Gepost door: Robert en Jan Willem | juni 25, 2008

My Way

“I did it my waaaaaaay!” brullen Mark en ik door de microfoon van de karaokebar, vlakbij ons hotel in Anxi. Dit moet een van de beste vertolkingen ooit zijn geweest van dit fantastische nummer van Sinatra. Onder luid applaus en gejuich van de jonge Chinese dames buigen we dankbaar en geven we de microfoons weer terug. Onze beurt zit er, succesvol mogen we zeggen, weer op en we ruilen de microfoons voor een biertje. De dames gaan verder met onverstaanbare liedjes, de een valser dan de ander, maar het plezier is er niet minder om. Als dit niet bijdraagt aan het echte China-gevoel, dan weet ik het niet meer.

Eerder op de avond hebben we lekker gegeten in een restaurant, inmiddels is onze uitspraak voor rijst (mi fang) goed genoeg om dat op tafel te krijgen, maar een schaal babi pangang, sate of een lekkere loempia zit er nog niet in. Koude stukken rundvlees en een grote kom cashewnoten zijn iets anders dan wij in gedachten hadden. Dat gaat dus terug naar de keuken en met wat tips van Mark voor de kok komt het vijf minuten later dampend en gegarneerd met verschillende groenten weer terug. Heerlijk! De netjes geklede serveersters maken stiekem wat foto’s van ons en dat kunnen we niet zomaar voorbij laten gaan…ook wij pakken de telelens er bij en schieten een paar kiekjes. Met een heerlijk biertje en MET stokjes wordt een pittig, maar lekker maaltje naar binnen gewerkt. China ligt ons steeds beter!

We zijn inmiddels een week samen aan het fietsen en hebben sinds ons vertrek uit Turpan een slordige 600 kilometer weggewerkt door de een na grootste woestijn ter wereld, de Taklamakan woestijn. De laghman, kebab, moskeeen en medressas, van Turkse afkomst uitziende gezichten (Oeigoer bevolking) zien we nu steeds minder op straat, of woestijn, en daarvoor komen de rijst, hele kip, stokjes, fietspaden in de grotere steden, vele fietsers en de (Han-)Chinees in de plaats. Langzaam maar zeker begint nu het gevoel te komen dat ik echt in China ben. En ook hier is ondanks de enorme taalbarriere, vriendelijkheid troef op en langs de weg. We krijgen lunch bij een kampement van wegwerkers, die midden in de woestijn een nieuwe snelweg aanleggen; voor ontbijt een meloen van een familie of wat water en koekjes van een passerende auto. Ook menig vrachtwagenchauffeur maalt er niet om als we wat kilometers aan zijn truck hangen om de saaiheid te verdrijven of uit pure noodzaak nog enigszins vooruit te komen tegen een verschrikkelijk harde tegenwind (anders 4 km/u). Die wind blaast me nog een keer van de weg, maar met wat schrammen kan ik gelukkig doorfietsen. Ook het kamperen in de woestijn is weer eens wat anders. ’s Ochtends word je wakker en zit door de zandstorm werkelijk overal zand tussen.

Vandaag (woensdag 25 juni) zit ik in Dunhuang waar ik over een dag of tien Jurjen ook hoop te treffen. Voor ons beide is het nog even spannend wat betreft visa gedoe en vlucht. Als het lukt, kunnen we ons hier uitleven met een boeiende kamelentrip in de woestijn, Boedhistische grotten en dan toch echt weer verder op de fiets. Kiek’n wat t wordt!

PS: nee, niet teveel over Oranje…wat was dat een teleurstelling om half vijf ’s nachts, nadat we ons met een recordafstand op de fiets van 226 kilometer helemaal uit de naad hadden gewerkt om een hotel met tv te bereiken..JAMMERRRR. 


Categorieën