Het zweet druppelt langzaam van mijn rug de bilnaad in en vormt een plasje door de samengeknepen billen…ik zit met grote, grote spanning op een stoel te wachten op een generaal pardon van het lokale Immigratiebureau in Jiucuan.
“Waar heb je geslapen? Waar kom je vandaan? Waar ga je naar toe? In welk hotel verblijf je, met wie? Waar zijn de anderen? Wat doen ze nu? Heb je in de groep een Chinese gids? Wat is je route?”
En meer van die vragen. Ze worden geroutineerd, maar vriendelijk gesteld door de gebrekkig Engels sprekende agent en ik beantwoord ze met eenzelfde beleefdheid en bescheidenheid. Gewapend met aanbevelingsbrieven van de internationale groep, Johan Olav Koss en andere documenten, ben ik het kantoor binnengelopen. Nu buigen drie agenten zich over mijn verlengingsverzoek voor 60 dagen van het visum. Als ik het niet krijg, moet ik als een dolle naar Mongolie afreizen.
“I have bad news.”
Oh oh…beelden van verlaten Mongoolse steppes en ik op mijn fiets, ver van Peking, schieten door mijn hoofd. Ik kan mijn billen niet nog harder aanspannen.
“You don’t get 60 days extension.
Aah, volgens mij kan ik nu een sprintje trekken naar het busstation om in een ruk naar het ‘barbaarse rijk achter de Grote Muur’ af te reizen.
“Maximum is 30 days extension. You can pick up your passport at 11.30 hour. Thank you.”
OEF!! Geweldig, ik kan door! Peking blijft haalbaar en inwendig spring ik een gat in de lucht en kus ik alle overheidsdienaren aan de andere kant van de balie. Maar ik blijf uiterlijk kalm en bedank hen vriendelijk, nog een keer proberend of 60 dagen echt niet mogelijk is. Om half twaalf haal ik samen met Mark en Carlotta mijn paspoort op en vertrekken we voor het vervolg van onze fietstocht.
De dagen op de fiets zijn ineens een stukkie lichter en we maken weer fantastische tochten door de Hexi Corridor. De vallei die ingeklemd door twee bergketens van oudsher van grote strategische waarde is. De Zijde Route liep hier eveneens. Deze vallei, steeds groener, vormt als het ware een overgang van de Taklamakan woestijn, het uiterste ‘barbaarse’ westen van China en het binnenland van China. En brengt ons weer dichter bij Peking…