Gepost door: Robert en Jan Willem | augustus 4, 2008

YEAH!!

“E-le-va-tion!!! Woehoeh!!!!” blaast U2 door mijn oordopjes. Ik stuif over de Chinese wegen met oogkleppen op richting Datong en schreeuw het mee. In het opzwepende tempo voel ik me als Armstrong en draai het ‘grote mes’ rond als een koffiemolentje door het groene, heuvelachtige landschap. Ik voel me afgetraind, licht en ijzersterk. Adrenaline. Ik heb er genoeg van nu. Het giert door mijn lijf en 80 kilometer leg ik met 27 kilometer gemiddeld af…en nog is het onrustig.  
 
Vandaag, zondag drie augustus, dringt ineens keihard het besef door dat ik nog maar drie dagen op de fiets zit. Meer dan een half jaar fietsen zit er dan op. Tienduizend kilometers bij aankomst in Peking. Het vertrek in het Van Heekpark lijkt eeuwen terug, maar staat me nog helder voor de geest. En de reis leek toen nog zo lang…maar zit er bijna op! Een geweldige periode vol nieuwe ontmoetingen, indrukken, ervaringen en afstand voor reflectie ligt dan achter me. Weemoed! Over een maand ben ik weer in Nederland en kan en mag ik weer aan de slag op alle fronten. Hoe nu zo verder in de liefde, het werk, wonen…het leven?! Kriebels! Van dat besef word ik onrustig en nu Jurjen vandaag met de bus moet vanwege maag- en darmproblemen, probeer ik alle energie er uit te knallen…nu kan het nog! Ik ben bijna bang dat sterke gevoel straks snel kwijt te zijn na een paar weken lallende vakantie in het Holland Heineken House en MacDonald’s. De verleidingen liggen weer op de loer.
 
Morgen hebben we echter eerst nog een welverdiende rustdag. De afgelopen elf dagen hebben we continue gefietst, bijna 1000 kilometer afgelegd door spectaculair veranderend landschap, boeiende natuur en voornamelijk ‘”Het is weer blafheet!” weer. Van het fietsen in de droge en dorre woestijn met licht glooiend parcours, kilometers langs de Gele Rivier (die overigens chocoladebruin is), naar een groen gebied vol hoge, terrasvormige molshopen, die ons veel pijn doen en vandaag vlakt dit terrein af naar een meer licht heuvelachtig landschap. Het fietsen gaat ons ook goed af. “Kijk, een hop!”, wijst Midas naast me aan. Als zoon van een bioloog kan het niet anders, dat Jur ook een liefde voor de natuur heeft ontwikkeld en zo zie ik ineens een specht, een bidsprinkhaan, een hamster (die ik vervolgens doop als woestijnhamster, net als een woestijnvogel, woestijnbever, woestijnkonijn en de woestijngeit) en een mus (de zeldzame Chinese woestijnmus). We kijken zoveel om ons heen dat we de 109 kwijtraken…niet echt trouwens, hij is gewoon ineens echt weg. En de vriendelijke Chinezen wijzen ons alle kanten op. En wij fietsen alle kanten op. ’s Avonds staan we weer waar we ’s middags vertrokken. Als een stel konijnen dat in de koplampen van de tegemoetkomende auto kijkt, staan we in de druilerige regen besluiteloos om ons heen te kijken. “Wat een klotezooi! Hoe kan dat nou?!” We nemen een goed besluit, fietsen niet verder en overnachten in een hotel. Maar de volgende ochtend speelt zich wederom hetzelfde toneelstuk af en raken we verzeild op een hopeloze modderweg, in de regen die ons teistert en stranden we in een gehucht midden in de prachtige bergen…verloren. Wat blijkt? Het is nog de goede weg ook! We hebben nog meer geluk. In dit gat kunnen we overnachten in een echte grotwoning. De typische woning waar nog steeds miljoenen Chinezen in wonen. De volgende morgen gaan we onder veel belangstelling weer vol goede moed op pad. Maar we spelen wederom hetzelfde toneelstuk en de radeloosheid neemt toe…hoe komen we die bergen uit en nog op tijd in Peking?! Bovendien spelen de maagproblemen bij Jur hem steeds meer parten. Als we na vijf uur fietsen weer bij ons vertrekpunt zijn, slagen we er in om een busje te regelen dat ons na drie uur rijden weer op het goede pad brengt, namelijk een smakelijke asfaltweg in de ’beschaafde’ wereld. Er is nog niets verloren…Peking ligt nog binnen handbereik. We gaan het halen!

Categorieën